Van Oord en Vestas plaatsen laatste windturbine van Ecowende: windpark gaat de afrondende fase van de constructie in
De laatste van de 52 windturbines van het Ecowende-windpark is 30 oktober geïnstalleerd. De turbine staat circa 53 kilometer uit de kust van IJmuiden, in windenergiegebied Hollandse Kust (west), kavel VI. Daarmee gaat Ecowende de afrondende fase van de bouw in. Naar verwachting is het windpark eind 2026 operationeel.
De eerste turbine werd op 30 mei van dit jaar geïnstalleerd. Daarmee zijn alle 52 turbines in vijf maanden geplaatst. Vestas levert de turbines van het type V236-15.0 MW, verzorgt de installatie en neemt de turbines in bedrijf. Van Oord transporteert de turbines vanuit Eemshaven naar zee met installatieschip Boreas. Van Oord installeerde eerder al de funderingen en de kabels tussen de turbines.
“Onze mensen hebben hun expertise in alle installatiefasen ingezet: bij de funderingen, de kabels tussen de turbines, de erosiebescherming en het transport van de turbines naar zee. De succesvolle inzet van ons nieuwe offshore installatieschip Boreas laat zien wat het schip in deze complexe installatiecampagne kan presteren. Dit resultaat hebben we bereikt dankzij de nauwe samenwerking met Ecowende, Vestas en alle andere betrokken partners. Ik ben trots op wat we samen veilig en professioneel hebben gerealiseerd.”
“Ecowende laat zien dat windenergie op zee kan bijdragen aan een betrouwbare, betaalbare en duurzame energievoorziening, en tegelijkertijd ons inzicht vergroot in hoe duurzame energie-infrastructuur kan samengaan met de natuur. Het project levert waardevolle inzichten op voor de bredere sector en helpt richting te geven aan de ontwikkeling van toekomstige offshore windprojecten. Projecten als Ecowende onderstrepen ook het belang van investeringen in windenergie op zee, om de energiezekerheid en het concurrentievermogen van Europa te versterken. Ik wil onze partners Eneco, Shell en Chubu dan ook bedanken voor de sterke samenwerking gedurende het hele project.”
Het Ecowende-windpark krijgt een opgesteld vermogen van circa 760 megawatt. Daarmee kan het ongeveer 3 procent van de huidige Nederlandse elektriciteitsvraag leveren. In juli 2026 werd al de eerste elektriciteit opgewekt.
Ecologie als uitgangspunt voor het ontwerp
Ecowende heeft de ambitie om een van de meest ecologische windparken tot nu toe te realiseren. Het windpark is ontwikkeld door Ecowende, een joint venture van Shell, Eneco en Chubu. Ecologie is daarbij vanaf het ontwerp meegenomen. Zo is in het windpark een vogelcorridor gecreëerd tussen de kust en het Natura 2000-gebied de Bruine Bank. In dit gebied staan de windturbines verder uit elkaar. Daarnaast zijn sommige gondels hoger geplaatst, waardoor zeevogels meer ruimte hebben om onder de rotorbladen door te vliegen.
Ook maakt Ecowende gebruik van een stilstandregeling die zich aanpast aan de omstandigheden en van radars met AI-soortherkenning. Deze systemen worden ingezet om risico’s voor vogels en vleermuizen te beperken.
Bij zeven turbines is één rotorblad rood geschilderd. Het kleurcontrast moet draaiende rotorbladen beter zichtbaar maken voor vogels. Of deze maatregelen daadwerkelijk leiden tot minder aanvaringen, is nog niet aangetoond. Ecowende onderzoekt dit daarom in de praktijk.
Meer biodiversiteit onder water
Ook onder water worden verschillende ecologische maatregelen toegepast en onderzocht. Rond de funderingen van de turbines test Ecowende verschillende ontwerpen voor erosiebescherming. Op vier monopiles worden extra waterverversingsgaten aangebracht, waar vissen kunnen schuilen. Bij vier kabelkruisingen komen rifstructuren van oude fruitbomen, zogenoemde tree reefs. Daarnaast worden oesterkraamkamers geplaatst om de platte oester terug te brengen naar de Nederlandse Noordzee, waar deze soort sinds de jaren vijftig sterk is afgenomen.
“Met de laatste turbine is het bouwen op zee grotendeels klaar, maar het echte leerwerk begint nu. Ecowende is ontworpen om kennis op te doen over hoe je een windpark kunt bouwen in harmonie met de natuur. Die kennis willen we delen, zodat ook onderzoekers en andere windparkontwikkelaars ermee verder kunnen.”